Adieu, mijn twee oude edelvrienden

Alles leek nog rustig, maar schijn bedriegt. Ik kreeg al een wat raar gevoel omdat ze dinsdag nog mailde dat ze weer een verhaal voor dit weblog Nevelflarden zou hebben. Maar een dag later was er nog niets binnen en dat is niets voor mijn moeder. Eergisteren, woensdag dus, kreeg ik in de avond het berichten onder ogen dat mijn moeder in het ziekenhuis lag. De eerste boot naar de wal zou de ochtend erop gaan. Haar zus “Han” was ondertussen al druk bezig de situatie op te vangen, dat was van onmisbare waarde. Donderdag was een hectische dag. Christien was er slecht aan toe. Ze begreep nog wel dingen die tegen haar gezegd werden, maar kon niet meer antwoorden of zich begrijpelijk uitdrukken. Eten en drinken ging nauwelijks meer. Gelukkig was mijn vriendin er ook bij en we voerden met artsen en verplegend personeel discussies over praktische zaken als hospice versus thuisverpleging; dat laatste zou nog geen simpele zaak worden vanwege alle zorg die ze nodig zou hebben, maar ze heeft altijd thuis willen sterven. We hopen dit mogelijk te kunnen maken. Toen we ’s avonds weer in het huisje van Christien kwamen startte ik de computer van haar op. Het is een iMac die ik haar ooit gegeven heb en waar ze heel wat verhalen mee geschreven heeft. Ze had in haar tekstverwerker nog een verhaal open staan… Zou dat het verhaal zijn dat ze op Nevelflarden zou willen hebben? Het kan bijna niet anders. Waarschijnlijk wilde ze nog foto’s erbij zoeken, maar door de snelle achteruitgang is het haar niet meer gelukt. Volgt ze “Boekie”, die er al zolang niet meer is? Haar verhaalkeuze past erg goed bij haar huidige situatie. Denk daar maar aan als je straks haar verhaal hieronder leest. (Evert)

herten die oversteken in een bospad
Een zelfgemaakte foto (niet van de edelherten waar het verhaal over gaat).

Onderstaand verhaal speelde zich een aantal jaren geleden af, in het ‘Rustgebied voor het Edelhert’ en is waar gebeurd.

“Adieu, mijn twee oude edelvrienden.”

Ze zijn niet meer.
Maar ik wil ze gedenken in een verhaal.
Ik heb ze zo lang gekend en hun gangen heb ik zo lang gevolgd. Tot aan het moment waarop ze op tragische wijze omkwamen in het verkeer.
Twee oude edelherten.
Ze leefden hun laatste jaren afgezonderd van het roedel in “de Elspeter bos”.
Zoals dat normaliter gebruikelijk is voor oude herten.
En zich bewust zijnde van hun hoge kwetsbaarheid en leeftijd, trekken deze oude dieren zich meer en meer in de veilige dekking van de bossen terug.
Daar zitten ze goed verscholen tegen allerlei gevaren en leven ze een verborgen leven.
Toch kende ik ze goed en wist ik hun gangen in de bossen te vinden. De herten op hun beurt kenden ook mij. Veel trokken ze zich van mij niet aan.
De week voor Kerst kwam de oude gerespecteerde jager “Gerardus Adrianus Verhaart”, bijgenaamd “Boekie”, mij nog informeren naar de welstand van deze twee oude dieren.
“Zie jij die twee oude herten nog wel eens, Christien?”, zo vroeg hij mij. Waarna hij ietwat zorgelijk vervolgde: Wij krijgen ze de laatste tijd nooit meer te zien, zie je.”
“Jawel Boekie”, antwoordde ik. “Ik zie ze nog regelmatig en ik kan je verzekeren dat ze het goed maken!”

Het is eerste Kerstdag.
Ik verlang ernaar om even alleen te zijn en wandel de bospaden in.
Het is een stille, grijze dag. Dwalend door de verlaten, nevelige bossen groeit bij mij het vermoeden dat er in deze wereld geen menselijke ziel meer bestaat.
Hoog in de boomtakken tjilpen een paar zangvogeltjes gezamenlijk in koor een kerstliedje. Een vos kruist scheerlings mijn pad. Ik word omgeven door zuivere boslucht.
Al dolend tref ik temidden van een perceel bos een vak kaalslag aan. Het stuk houtkap ligt schuin tegen een helling aan.
En midden op dat perceel kaalslag zie ik ineens onze twee oude edelherten lopen.
Ze zien en horen mij niet, doordat ik ze van achteren benader. Zo ben ik in de gelegenheid om de dieren rustig gade te slaan en ze van heel dichtbij te observeren.
Ik bespeur dat beide herten een sterk teruggetrokken gewei dragen.
Het ene hert bezit alleen nog maar een gaffel bovenin de linker ‘tak’, het andere hert draagt bovenin het gewei slechts een kroon. Wat een bijzondere gewaarwording
Is dit! Om ze daar midden op de dag, gebroederlijk zij aan zij en in alle rust, te zien grazen! Ik verwijder me snel en laat ze verder met rust. Geruisloos verdwijn ik tussen de groene sparren uit het zicht.

Na de beide Kerstdagen wordt het kouder en begint het te sneeuwen en te vriezen.
De hele dag sneeuwt het gestaag en weldra is het gehele bos ondergesneeuwd.
Mijn gedachten gaan nu in het bijzonder uit naar mijn twee oude edelvrienden die ik de komende tijd extra in de gaten zal houden. Ik ga dan ook regelmatig kijken om op de hoogte te blijven van hun welzijn, nu het voor deze dieren zeer moeilijk zal zijn om genoeg voedsel te vinden.

Het is Nieuwjaarsdag.
Opnieuw verlang ik ernaar om even alleen te zijn en weldra trek ik de verstilde bossen in.
“Hoe zouden mijn herten het maken?”, zo vraag ik me vertwijfeld af.
Nog steeds vriest en sneeuwt het buiten volop.
Ik weet dat ze zich momenteel voornamelijk om en bij de voederakker van de jagers schuilhouden. Dus ga ik daar kijken. Weldra ontdek ik inderdaad de twee rijen prenten van onze beide edelherten die gezamenlijk naast elkaar optrekken in de sneeuw. Het zijn duidelijk en onmiskenbaar de ronde afdrukken van de versleten oude hoeven van onze twee hoogbejaarde edelherten.
Ik volg ze behoedzaam en kom uiteindelijk uit bij een perceel dennenbos.
Daar sta ik bij de plek waar de herten de afgelopen nacht gelegen hebben.
De platgedrukte bruine aarde in de vorm van de hertenlijven steekt duidelijk af tegen de witte sneeuw die het omlijst. Ik observeer de omgeving. Iets verderop zie ik op twee plaatsen de uitwerpselen liggen van beide herten. Het ene hert heeft goede, keutelvormige mest geproduceerd, maar het andere hert is te dun op de mest zie ik.
Aan enkele omliggende bomenstammen valt te bespeuren dat de herten schors van de stammen hebben geschild. Een teken dat ze honger hebben en dus inderdaad moeite moeten doen om genoeg voedsel naar binnen te krijgen. Grote ruwe repen schors hangen in lange rafels naar beneden.
Hieraan kun je tevens zien dat hun tanden oud en versleten zijn.
Ik volg hun spoor door de sneeuw. De grote afgeronde prenten zijn gemakkelijk te herkennen.
Ik kijk op en plotseling zie ik ze daar staan. Zij aan zij. Net als met Kerst. De beide edelherten.
Ook deze keer horen ze mij niet aankomen. Ik sta op nog geen vijftien meter afstand van ze vandaan. Ze grazen wat van het schamele gras dat er nog onder de bomen te vinden is. Weer valt het me op hoe ze voortdurend, gezamenlijk zij aan zij optrekken. Hun vachten zien er goed uit. En zo te zien hebben ze het nog best naar hun zin. Met verwondering sla ik ze gade.
Ik kom tot de conclusie dat ze toch een beetje doof moeten zijn. Ook hun geurvermogen laat mijn inziens te wensen over. Want ik kon ze tenslotte, zonder ook maar enige argwaan bij hun te bespeuren, van zeer dichtbij benaderen.
Ineens richt een van de beide herten zijn grote, edele kop op. Het kijkt om zich heen en ziet mij staan. Met een paar grote sprongen verwijdert het zich nu, direct gevolgd door zijn soortgenoot.
Enkele meters verderop staan ze weer stil. Kijken nog eens om zich heen en grazen dan ongestoord verder.
Ik besluit naar huis te keren.
Voor mij is Nieuwjaarsdag goed begonnen. Ik heb mijn twee oude edelvrienden gezien. Ik weet hoe ze het maken en waar ze in deze barre wintertijd van leven.

Op vier januari komt “Boekie” een Nieuwjaarsborrel bij ons drinken.
Weer informeert hij naar de twee oude edelherten en weer vertelt hij mij dat het de jagers maar niet lukt om de dieren in beeld te krijgen.
Daarop vertel ik “Boekie” in geuren en kleuren alles over hetgeen ik van zo dichtbij heb wedervaren met deze twee herten.
Als “Boekie” hoort van de dunne mest en het boomschillen, zegt hij kalm maar bezorgd: “Dat is niet goed, Christien.”

Op dinsdag, negen januari, belt “Boekie mij laat in de middag op met het droevige bericht dat het oude hert dood is. Aangereden door een auto bij het oversteken van de Nunspeterweg. Hij was op slag dood, zei “Boekie”. Over het tweede hert, dat bij hem liep, wist de automobilist niets te vertellen, want de man was geheel van streek geweest. Wij weten niet waar dat hert zich nu ophoud en of het wellicht ook gewond is. Als er een hert wordt doodgereden wordt de bijloper vaak zijlings geraakt. “Wil jij het gaan zoeken, Christien?”
Ik beloof het Boekie, terwijl het me gelijkertijd intens spijt dat het oude hert nu op een zodanige, tragische wijze is omgekomen.
Het huilen staat me nader dan het lachen.
De volgende morgen ga ik onmiddellijk zoeken. Ik heb er geen rust bij, want ze liepen immers altijd zij aan zij samen op. Stel voor dat het andere hert nu ook geraakt is en ergens ligt en pijn lijdt? Ik gruwel bij de gedachte en zoek nerveus de grond af in het hele rustgebied.
Bij de “Schotkamp” kom ik ze op het spoor. Daar ontdek ik de beide verse prenten van de oude edelherten naast elkaar optrekkend in [door] de sneeuw.
Dan ineens houdt de ene rij prenten op en trekt er nog maar een spoor verder door de sneeuw …
Een hele poos blijf ik daar in gedachten verzonken stil naar staan kijken. Zo gaat het in het leven…Ook voor een hert!
Dan volg ik dat ene spoor, dat naar de voederakker van de jagers lijdt.
Ja, natuurlijk, dat was immers hun vertrouwde plek!
Wijselijk ging het hert daar naar toe terug. Wellicht meende hij daar zijn maatje aan te treffen.
Nu werd het moeilijker. Verschillende sporen liepen hier door elkaar heen, en na verloop van tijd was ik het spoor volkomen bijster.
Dus ik maar zoeken, kijken en speuren. Het kon van alles wezen dat voor mij een aanduiding kon zijn dat het hert zich hier ergens zou ophouden. Het hele bos struinde ik systematisch af, na uiteraard eerst om de voederakker heen alles afgespeurd te hebben.
Koud was het buiten en guur!
Door de dichte mist die mij omringde, droop mijn lange haar over mijn drijfnatte schouders heen en bevroor direct.
“Oh, hert, dacht ik wanhopig: “waar ben je en hoe zal het met je zijn?”
Nee, ik vond geen sporen. Het bracht me aan het twijfelen. Geen sporen…oh hert!

Het is maandagmorgen, 14 januari.
Nog steeds zoek ik iedere dag de bossen af. Steeds meer overtuigd van het feit dat ook dit hert wellicht gewond zal zijn.. of?
Ineens zie ik hem vlak voor mijn voeten op de grond liggen. Hij is dood.
Een groot oud hert. Het is degene die bovenin de ene geweistang een gaffel droeg. De andere geweistang is sterk teruggetrokken. Een hele poos staar ik naar dit oude dode hert. Het is duidelijk te zien dat hij tegen zijn nek aan, klappen van de auto heeft gehad. Alleen is hij verder gestrompeld en heeft uiteindelijk dit veilige en vertrouwde bosperceel weten te bereiken. Hier liep hij altijd met zijn makker.
Hier trokken ze samen op en hier overnachtten ze. Hier waren ze veilig. Dit was hun thuis.
Even schiet ik vol. Tranen lopen langs mijn wangen. De twee oude herten. Ze maakten het kort geleden nog zo goed! Ze hadden het nog zo best naar hun zin samen.
En nu in een keer dit! Zij aan zij trokken ze als trouwe metgezellen op. Zij aan zij zijn ze ook verongelukt. Ze zijn niet meer. Een tragisch einde was hun lot.
Eenmaal thuisgekomen belde ik “Boekie” op, en vertelde hem het tragische verhaal. Hij bedankte me uiterst beleefd en oprecht.
Onmiddellijk kwam hij met “Borsboom”; zijn jagersvriend, naar me toe. Ik wees hun de ligging aan, de plek waar het hert lag in het bos. Gedrieën sloegen we nu een moment in stilte het hert gade, terwijl we daarbij allen onze eigen gedachten hadden. We spraken niet. De gerespecteerde oude jager “Boekie” bedankte me nogmaals en zei: “Christien, hier op de Veluwe is het gebruikelijk dat degene die het hert vindt, het gewei krijgt.”
We zullen het voor je laten prepareren en op schedel zetten.
Ik knikte.
Adieu, Mijn twee oude edelvrienden…
Ik zal jullie nooit vergeten!

Naschrift Evert, 3 augustus 2021: Zonet wilde mijn moeder weer even achter de computer zitten. Ze was blij met de reacties op Facebook, en trots op “Adieu”, dit verhaal dus. Ze vertelde me dat ze graag wilde dat dit haar laatste (eigen) Nevelflard zou zijn. De appelboom is geplant, ook in de toekomst hoop ik nog haar verhalen hier te delen, maar voor nu is dit het adieu van Christien aan haar lezers, aan haar dierbaren, aan haar edelvrienden…

De koeien van de dorpsslager

De koeienkonten; hoog en dik en bollig
waarlangs de slager driftig lopend passen zet
met hooivork ijverig zwaaiend; op ’t hoofd een witte pet
naast het hek, waarlangs machines traag en knorrig
het pas gemaaide gras in kuilvoerbalen overzet

Gerrie in de koeienstal
Gerrie de Weerd in haar koeienstal (niet die van de slager).

De zon; oranjerood en laag en gloeiend
als vuur zo warm, maar ook zo mild en goed
die ’t gras van deze dag als voedsel dienen doet
straks in de stal, waarin de dikke koeien loeien

In ’t eerste plastic draait de zon haar stralen mee
krankzinnig weddend, dat zij ’t wint van de machine
die harder ronddraait dan de molen met haar wieken
knikkebollend stilstaand achter ’t dorp, de razernij ontvliedend

koeien in de stal
Koeien in de stal.

De balen voer; nu hoog en dik en bollig
staan groen en glanzend, lachend in de zon
machines gaan; verdwijnen loom en lijzig
de koeien slaan hun staarten langs hun volle maan

En alles stil; verlaten en eendrachtig,
de slager slaat zijn blik nog eenmaal peinzend over ’t land
de warm-oranje deken waarin de zon nu is verdwenen
tekent een silhouet; de slager met de hooivork in de hand

koeien in de weide
Koeien in de weide.

De koeien grazen vredig en tevreden
ze slaan de vliegen rust’loos met hun staarten weg
het wintervoer verpakt in de hitte van de dag, kalmeert
terwijl de slager dankbaar huiswaarts keert
tevreden mijmerend, dat deze dag er wezen mag!

.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.

Typisch Veluws weer

Het was vandaag van dat typische Veluwse weer op de heide. Er stond geen zuchtje wind, de witte nevels die als sierlijke sluiers over de heuvels en dalen gedrapeerd lagen, ontnamen mij het uitzicht.

De koekoek riep onafgebroken zijn eigen naam, terwijl de houtduiven daar tevreden tussendoor koerden.

“koekoek….koekeroeeee…koekoek….koekeroeeee……!”

De leeuweriken jubelden met hun vrolijk stemgeluid hoog boven alles uit. Ik genoot!

Al moet ik zeggen dat dit windstille weer me wel degelijk te neer drukte. Zwaar en loom was de lucht in de dalen en het bemoeilijkte mij het adem halen, zodat ik besloot om met de kudde schapen de hoger gelegen heuvels op te zoeken. Dus hoedde ik met behulp van Ceasar mijn trouwe herdershond de schapen geleidelijk aan schuin tegen de heuvelhellingen op naar omhoog, terwijl ze rustig grazend zich tegoed deden aan het jonge buntgras dat dit jaar al zo vroeg bij bosjes tegelijk de glooiingen groen kleurden.

Maar boven op de heuvels aan gekomen bemerkte ik dat het ook daar bladstil was. “Poehh.., wat een benauwenis toch!”, riep ik hardop, terwijl ik in het rond keek. Overal rondom hingen lange witte nevelflarden boven de velden, waardoor de bosrand nauwelijks meer zichtbaar was. Zo af en toe kwamen de grijsblauwe boomtoppen even als uit het niets tevoorschijn, maar ze gleden ook net zo hard weer achter de nevelbanken weg.

Boven de landerijen die vanaf de westkant de heidevelden begrensden, stegen mestwalmen naar omhoog. De penetrante gierlucht bleef boven de akkers hangen, en zweefde ook langzaam de hei over.

Christien met hond en schapen aan de rand van de heide
Boven de landerijen die vanaf de westkant de heidevelden begrensden, stegen mestwalmen naar omhoog…..

Het geheel benauwde me dusdanig, dat ik besloot wat meer oostwaarts te trekken, waar ik al gauw geen spijt van had. Voorbij het vennetje, van waaruit een traag en sloom gekwaak van tientallen kikkers opsteeg, trokken we de dorre heideheuvels over en verdwenen al snel uit het zicht. Ineens rook het fris. Vanuit het noorden kwam een zwakke milde wind opzetten en dat veranderde alles.

Opgelucht trok ik met de kudde verder het veld in, waar de schapen al snel een strook jonge heidestruikjes ontdekten die ze in een rechte lijn begonnen af te grazen. De zang van de vogels verstilde. Een wazig zonnetje lachte ons vriendelijk toe. De lucht klaarde op en het zicht werd allengs helderder. De nevels trokken als schichtige schaduwen achter de vliegdennen weg. Een ree vluchtte ijlings het bos in.

Fantastisch, wat een beleving! Tegen een boomstam aan leunend stond ik dit schouwspel stilletjes in me op te nemen en bedacht me hoe wonderbaarlijk die Veluwse natuur toch wel is. Hoe uniek ook! Waar tref je zoiets nog aan, nietwaar…?

De meimaand loopt ten einde, en het eerste gras is al binnen. Reeds gebaald en al. De glimmende groene balen staan naast elkaar opgesteld in de grasberm voor de bosrand als wachters voor de winter geduldig te wachten tot het tijd is dat ze van hun groene plastic jasjes zullen worden ontdaan. Het rijke kostbare voedsel zal straks de ruiven in de schaapskooi vullen en de schapen zullen zich er tegoed aan doen. Een wonderlijke gedachte wijl het nu nog maar lente is.

Een groepje schapen groepeert zich om een paar bomen heen, en een enkel schaap gaat liggen en begint loom te herkauwen. Ze hebben genoeg, zie ik. Het hoeden voor vandaag zit erop. Straks zullen we huiswaarts keren. En ik besef, dat ik deze morgen, ondanks de dichte nevels, de drukkende benauwenis en de bedwelmende mestdampen, intens heb genoten. Want dit typisch, Veluwse weertype, het is me toch zo lief…!

Mijn schapenhonden

Over de vriendschapsband die ik heb mijn schapenhonden, en wat ze voor mij betekenen in de afgelopen 32 jaar waarin ik herderin ben geweest in Elspeet. Ik noem de namen al mijn geestdriftige werkhonden. Omdat ik ze zo bijzonder vind! We zullen ze op een rijtje afgaan. Acht van die kanjers in totaal..!

Na 22 jaar herderen, schreef ik dit verhaaltje. Daar zouden nog eens 10 jaren van intensief herderen aan toegevoegd worden. Samen met m’n twee nieuwe kanjers, de border collies Blix en Joss, die een uitstekend span bleken te vormden, hoedden de kudde schapen dagelijks met veel plezier de heidevelden over. Joss als grote strateeg, Blix snel van begrip alles oppakkend. Fantastisch om te zien. Wat een samenwerking!

Dennie, Lottie, Tromp, Ceasar, Joep, Puck, Blix en Joss, bedankt voor jullie tomeloze inzet bij het hoeden van de kudde schapen, en voor jullie vriendschap, maatjes!

met puckie bij de schapen
Met Puckie bij de schapen.

Gedurende de tweeëntwintig jaar dat ik nu de kudde schapen over de Elspeter heidevelden mag hoeden, werd ik daarbij altijd vergezeld en geholpen door een van mijn trouwe honden. Inmiddels ben ik nu met mijn zesde hond aan het herderen. Samen hoeden wij de kudde schapen vanaf de schaapskooi langs de bospaden en over de heidevelden heen. Zonder hond is een schaapherder nergens meer, ja, zonder zijn hond is een herder volkomen hopeloos en hulpeloos. De hond is dus van groot belang! Urenlang trek je daags samen op, en ben je afhankelijk van elkaar. Geen wonder dat je als herder een sterke binding met je hond krijgt, en je hond je beste kameraad is. Je kunt van elkaar op aan, je vertrouwt elkaar blindelings, en je bent er voor elkaar. Samen hoedt je de kudde schapen veilig overal heen. Na verloop van tijd voelen hond en herder elkaar feilloos aan. Deze saamhorigheid tussen beiden is uniek te noemen. Het heeft iets magisch. Dat maakt het zo bijzonder.

De kudde schapen, de herder en de hond vormen tijdens het hoeden van de kudde schapen een eenheid. Er is een voortdurende wisselwerking tussen deze drie aanwezig. Hetgeen mede dat magische gevoel aan het herdersvak geeft. We houden constant contact met elkaar en communiceren vaak urenlang zonder woorden. Het is een taal die we onderling van elkaar verstaan en begrijpen, maar waar geen ander grip op heeft. Dankzij deze bijzondere samenwerking en saamhorigheid voelen herder en schapen en hond, zich dikwijls intens gelukkig.

Met iedere schapenhond werk je weer anders. En dat is maar gelukkig ook, want net als bij mensen, is iedere hond anders. De karakters verschillen van elkaar, hun geaardheid en ook hun werklust kan verschillend zijn. Al wil iedere geschikte herdershond, niets liever dan je helpen de kudde schapen te hoeden. Je moet ze normaal gesproken eerder afremmen omdat ze vaak te enthousiast zijn, en ze de schapen het liefst de hele tijd door naar de herder toe willen drijven, wat tijdens het hoeden in het veld, uiteraard niet de bedoeling is. Daar moeten de schapen zich veilig voelen, en rustig kunnen grazen, zonder daarbij voortdurend op hun hoede te hoeven zijn voor de hond. De herder houdt zijn hond dan bij zich, of laat deze, desgewenst, wat rond snuffelen bij konijnenholen of bij de sporen van overige dieren, die ook zijn interesse hebben en die daarmee tevens zijn wolvenafkomst aantoont.

Mijn voorgaande, trouwe herdershonden waren; Dennie, Lottie, Tromp en Ceasar.

Mijn twee huidige honden Joep en Keely gaan niet meer mee met de kudde schapen. Hun talenten liggen op een ander vlak.

Over mijn nieuwe hondje Puck, die ik nu een paar maanden heb, en die het van Joep heeft overgenomen, blijf ik me dagelijks verbazen. Waren mijn vorige honden allemaal Mechelse herders; zelfbewust, trots, groot en zeer eigenwijs, mijn nieuwe hondje, een Border Collie, is klein, afwachtend en niet uitgesproken eigenwijs. Puckie is nog maar anderhalf jaar jong, en heeft dus nog geen twee zomers meegemaakt!

Kijkend naar de schapen die rustig grazen.
Kijkend naar de schapen die rustig grazen.

Wat moest ik eerst aan mijn nieuwe hondje wennen zeg! In alles bleek het karakter van een Border Collie totaal te verschillen met dat van een Mechelse herdershond. Puckie was zo klein, zo onzelfverzekerd, zo angstig en zo tam! Maar al gauw kreeg ik in de gaten, dat als ik tegen hem sprak op een toon alsof hij de hele wereld aan kon, hij dan moed kreeg, en zelfvertrouwen! Ik prees hem dan ook bijzonder als hij iets goed deed, en aaide hem daarbij over z’n bolletje. Dat werkte!

Ook liet ik veel aan zijn eigen instinkt over. Ik wilde kijken in hoeverre dit bij hem nog van naturen aanwezig was. Inmiddels zijn we een week of negen verder, en is het een geweldig hondje voor mij geworden! We voelen elkaar nu al feilloos aan! Tijdens het hoeden van de kudde schapen in het veld, is er voortdurend contact tussen mij en Puck. Hij wil altijd voor je werken. En hij geeft nooit op! En hij geniet er zienderogen zelf ook van, wat uiteraard heel belangrijk is! Zie ik de kleine Puck voor die grote schapen uitlopen in het veld, dan verbaas ik mij erover hoe deze kleine rakker in staat is om binnen de kortste tijd, de hele kudde schapen naar mij toe te drijven.

Puckie voor de schapen uit.
Puckie voor de schapen uit.

Een mirakel..!

Mijn honden zijn mijn vrienden! Ze komen altijd voor je op. Zijn bereid je ten alle tijden te helpen. Laten je nooit in de steek. Zijn altijd blij als ze je zien. En dankbaar! Honden staan heel dicht bij de mens. Geen wonder dat deze twee wezens vaak onafscheidelijk van elkaar zijn; de mens en zijn hond..!

Bijenboek

Blunders en succes van een beginnend imker! Mijn trotse leermeester Wouter van Bronswijk, van ‘De Blie Blie’, te Elspeet. De presentatie waarop mijn Bijenboek op de ‘Lammetjesdag’ in en rond de schaapskooi plaats vond…

wouter en christien
Presentatie van het bijenboek met imker en leermeester Wouter van Bronswijk.
cover
De fascinerende wereld van de bij — Door de ogen van een beginnend imker (Christien Mouw, 2014)
Lammetjes waren er ook op lammetjesdag. Mireille (l) en Evert (r, zoon). Foto: Saskia.

Een inspirerend boek, geschreven uit liefde en bewondering voor de complexe wereld van de bij. Een boek dat de aanzet kan zijn voor een nieuwe hobby, of dat een boeiend inkijkje kan geven in het reilen en zeilen van een bijenvolk. Kijk mee door de ogen van Christien Mouw, leerling imker, die met vallen en opstaan, maar vooral met tomeloze verwondering en energie, de bijen leert kennen. Lees over haar observaties en geniet van het prachtige fotomateriaal! Christien Mouw is herderin in Elspeet. Tijdens de omzwervingen met haar kudde schapen zag ze vaak de bijenkorven staan op de hei. Het was daar dat haar fascinatie voor de bijenwereld ontstond.

De fascinerende wereld van de bij
Christien Mouw
BDU, 2014

Bambi

Hier is het gedichtje over de kleine pasgeboren ‘Bambi’. Dit is ook precies de tijd waarin het reekalfje geboren werd. Destijds trof ik haar rond half juni aan in de Schapenweide op de heide, naast de wildakker van de jagers, waarin ik tussen de middag de kudde schapen altijd een uurtje liet grazen en rusten, en thuis met Cos met broodje ging eten en een kopje koffie ging drinken. Het was een gelukstreffer…! (Gedichtje onder de foto.)

Bambi
Een jonge “Bambi” in het veld.

Bambi

Onzichtbaar haast, in ’t groene gras,
je leven dat net begonnen was
daar neergelegd door moeder hinde,
wie zou jou hier nu kunnen vinden

alleen gelaten, goed verborgen
maakt mama hinde zich geen zorgen,
ze gaat wat grazen in het bos,
laat ongezien haar jong niet los

er naderen voeten in het gras,
de bambi dacht dat het moeder was,
ze spitst haar oortjes en richt haar kopje op
maar drukt ’t snel weer neer, omdat het schrok

daar ligt ze dan, zo hulpeloos klein
zo net geboren, bang te zijn
met grote ogen als van fluweel
kijkt ze me aan, en ik verbeel’ me

dat ik nu droom en ben beschroomd,
ik houd me stil en word beloond;
het bambi-hertje blijft stil liggen
vertederend rugje vol witte stippen

zo klein, zo teer, zo eindeloos mooi
zo kwetsbaar ook, zo snel ten prooi
slaap jij maar verder, wees gerust
ik heb je in mijn droom gekust

jij blijft voor mij een sprookje hoor,
kleine bambi, ik ga er nu vandoor
leg jij je kopje maar te rusten in het gras
bedankt, dat je even bij me was

zeg bambi, ‘k heb nog eventjes een vraag:
’t klinkt wat onzeker en wat traag
maar ben jij hier morgen eigenlijk nog…?
kom ik heel stilletjes kijken, niet erg toch….?

De rubriek die ik destijds jarenlang verzorgde voor in De Band, droeg de naam: ‘Zwerven door bos en hei’.

scan versie krantenartikel
Zoals verschenen in De Band.

Juni is de Zomermaand

We tekenen vandaag acht Juni. Het was zo’n heerlijke Hollandse zomerdag, waarin zon en wolkennvelden elkaar afwisselden, vergezeld van een verkwikkend zomers briesje. Het fraaie zomerweer in juni houdt zelden de hele maand stand. Meestal draait de wind na de eerste warme dagen van zuid naar noordwest of noord. Daarmee stroomt aanzienlijk koelere lucht uit het Noordzeegebied Europa binnen. Boven de nog relatief koude Noordzee ligt in deze tijd van het jaar vaak een grijs wolkendek of een gebied met mist dat met de noordwestelijke stroming onze kant op komt.

Schaapscheerderskou

De felle juni-zon maakt dan plaats voor een grijs wolkendek en zeker in de wind is het ronduit koud. Zo’n weeromslag van warm en zonnig in koel en somber weer is in juni niet ongewoon. Vooral rond het midden van de maand moeten we het vaak bezuren. Schaapscheerders maakten vroeger van deze grijze koele periode gebruik om de schapen te scheren, vandaar de benaming ‘Schaapscheerderskou’.

Meestal houdt dat koele en sombere weer wel enkele dagen aan, zodat de kale huid van de schapen niet blootgesteld wordt aan de felle junizon. ‘De Schaapscheerderskou’ is vergelijkbaar met de IJsheiligen, alleen is de afkoeling zo laat in het voorjaar minder groot. Ook is de kans op vorst aan de grond in juni een stuk kleiner, maar temperaturen van iets onder nul zijn in deze maand zelfs op waarnemingshoogte van anderhalve meter zeker niet uitgesloten. Uit onderzoek blijkt dat de schaapscheerderskou in ons land doorgaans valt tussen 18 en 24 juni, maar het kan ook eerder of later zijn.

Weerspreuken

  • Juni-regen geeft veel zegen, maar met een bijtje erbij, en het zonnetje er boven, doet de boer de Here loven.
  • Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.
  • In juni koude en een regenvlaag, ziet het boerke niet zo graag.

Volop gras, rode bosmieren en een blauwe mestkever

Voor de schapen staat er inmiddels zoveel te eten in het veld, dat het er iedere dag weer opnieuw ‘tafeltje-dek-je’  voor ze is. Zodra ze vanaf de omrasterde buitenkraal op de heide het open veld in trekken, buigen ze hun koppen gelijk naar beneden en beginnen ze gretig te grazen. Wat een gezegende tijd voor een schaapherder! De droogte van de meimaand lijkt alweer helemaal vergeten te zijn, want we genieten momenteel elke dag opnieuw weer volop van hetgeen de natuur ons te bieden heeft. Juni kan met recht de ‘grasmaand’ genoemd worden, overal om je heen is het de kleur groen die je ziet. In dezelfde bospaden waarin onlangs nog het zand en ’t stof hoog opwaaide, liggen nu grote waterplassen, waarin bomen weerspiegelen, en waar de sporen van herten en wilde zwijnen naar toe leiden.

's Zomers met de schapen bij het Vennetje.
’s Zomers met de schapen bij het Vennetje.

Ook de vogels laven zich in de plassen en in de vennen, die weer aangevuld zijn met vers regenwater. Nu het witte veenpluis is uitgebloeid, lijkt de roze dopheide het van het pluis te hebben overgenomen, ook al bloeit deze dopheide dit jaar minder mooi van kleur en minder uitbundig doordat ze in de groeiperiode te weinig water heeft gehad. De heideloten van de struikheide beginnen uit te lopen. Sinds de schapen vanaf april de struikheide praktisch niet meer eten, omdat daar niets meer in zit, vond ik het vanmorgen een heerlijk geluid, om ze weer te horen knabbelen aan de loten van de struikheide. Bloemen en vlinders zien we nog maar weinig, hetgeen mede veroorzaakt wordt door de langdurige droogte in mei. Mijn bijenkast toonde dat tevens aan. De bijen vinden zo weinig nectar en stuifmeel in de natuur, dat ik ze zelfs met een pot suikerwater moest bijvoeren, wilden ze niet verhongeren!

Terwijl ik vanmiddag verwoed trachtte een blauwe mestkever te redden uit een nest rode bosmieren, waar hij brutaalweg over heen aan het lopen was, hoorde ik ineens een woest snorkend geluid vlak achter me. Van onder het donkere sparrenbos uit, verscheen een levensgroot gitzwart Wild-zwijn..!! Toch wel even schrikken, zal ik je vertellen. Gelukkig dook de keiler, dit is een mannetjeszwijn, net zo snel het bos weer in als dat hij daaruit was gekomen..! Afijn, de mestkever werd uiteraard wel van alle kanten aangevallen door de rode bosmieren. De blauwe mestkever rolde ondersteboven van de hoge mierenhoop af, naar beneden op de grond. Snel pakte ik een takje, en redde de kever uit z’n benarde positie.

Vlak voor me langs vloog een ‘lachende’ Zwarte Specht, die een meter of tien verderop tegen de stam van een dennenboom begon te tikken, op zoek naar insecten. Vanaf de vroege ochtendstond tot aan zonsondergang toe, laat de Koekoek zich horen. Als je na het avondeten nog even bij het vennetje gaat zitten, kun je daar de kikkers luid horen kwaken en de libellen in allerlei vormen en kleuren bliksemsnel boven het water uit zien flitsen en langs het riet heen zien scheren. Om dan plotseling weer stil boven het water te blijven hangen. Wat een fantastisch schouwspel is dit…! Eindeloos lang kun je hier naar blijven turen of mijmerend langs de rietkant wegdromen, tot de kilte van de avond je doet ontwaken uit je dagdromerijen en je aanmaant naar huis terug te keren. Ik schrik als ik zie hoe laat het al is. Het is ook ineens zo lang licht buiten, en er valt zoveel te beleven in die wonderbare natuur om ons heen..!

Oude verhalen herleven…

Hetgeen me vanmorgen tijdens het hoeden van de kudde schapen in Vierhouten overkwam, was wel even schrikken geblazen..! Ik had de schapen nog maar nauwelijks uit de kraal gedreven met behulp van mijn hondje Puck, toen er zich iets merkwaardigs voordeed. Naast de schapenkraal ligt een weiland dat direct grenst aan de schapenkraal. In deze wei liepen een dertigtal schapen, klein van stuk en keurig geschoren, en ook nog twee jonge stieren. Ineens zag ik hoe een van mijn schapen, een grote zwartkop, door het draad van de afrastering heen, in dat weiland sprong. Direct daarna volgden meer schapen haar voorbeeld, en binnen de kortste tijd liepen er wel veertig van mijn kudde heideschapen tussen de weideschapen en de twee stieren in. Oh, oh…wat nu?! Mijn hondje Puck kon ook al niet veel beginnen, want wat moest hij met deze situatie aanvangen..?!

Ineens schoot mij te binnen, hetgeen Cos mij aan tafel al eens verteld had.

“Vroeger”, zo begon hij dan, “liepen hier tientallen schapenhoeders op de heide rond. Ze trokken met zo’n twintig tot veertig schaapjes de heide over. Ze stonden in dienst van de boeren die de schapen hielden voor de mest. De zandgronden op de Veluwe hadden die mest nodig. Deze mest was goud voor de boeren. Wanneer de schapenhoeders ’s avonds weer terug keerden naar ieder hun eigen boerderij waar ze thuis hoorden, dan liepen al die schapen altijd precies met de goede schapenhoeder mee. Dat kwam, doordat ze hem kenden. En ze ook zijn stem kenden. In het veld mengden de schapen van de verschillende kuddes zich vaak met elkaar. Alles liep door elkaar heen, terwijl de hoeders met elkaar aan het praten of aan het dobbelen waren. Maar ’s avonds bij ’t verlaten van de heide, riep de hoeder z’n kuddeke schaapjes, en kon je alle schaapjes naar hun eigen herder zien gaan. En het kwam echt nooit voor, dat een schaap zich vergistte..!”

Dit verhaal schoot mij te binnen, terwijl ik het hele tafereel voor me gade sloeg. Ik knoopte het touw los, dat stevig om het hek gebonden zat, en liep de wei in. Alle dieren renden door elkaar heen in de wei. Ik bleef kalm en riep rustig maar duidelijk: ’ Kom maar schaapjes, gaan jullie mee?!’ En jawel hoor; zo Cos het mij verteld had, zo geschiedde..! Onze eigen schapen vormden een koppel, en in een lange rij liepen ze braaf achter mij aan. De andere schapen bleven door elkaar heen lopen, terwijl de twee stieren verbaasd aan de zijkant van het weiland toekeken. Warempel, de schapen volgden mij zelfs gedwee het smalle hekje door, en weer terug het veld in, van waaruit de rest van de kudde schapen voortdurend naar hun had lopen blaten en mekkeren. Snel knoopte ik het touw weer vast om het gammele hekje, en alsof er helemaal niets gebeurd was, struinde de voltallige kudde schapen even later weer in alle rust het heideveld over, genietend van het volle gras dat er langs de fietspaden groeide, die de Vierhouter heidevelden doorkruisen. Met binnenpret dacht ik aan de oude verhalen die Cos mij verteld had en die nu leken te herleven in het Vierhouter veld.

Dat dit verhaal ook heden ten dage nog steeds op gaat, bleek vanmorgen wel het geval te zijn. Wat ik had aan gemoeten, als ik dit verhaal niet had gekend, zou ik niet hebben geweten..! In ieder geval was ik deze morgen weer een ervaring rijker geworden in mijn tweeëntwintig jarig herdersbestaan! Opgelucht en blij van zin, trokken we verder. Voor mij kon deze dag in ieder geval niet meer stuk…!

Heidelibellen, Koevinkjes en Kaasjeskruid

Juni is de libellenmaand bij uitstek. Bij de vennetjes aan de Schapendrift op de heide zijn veel juffers te zien, maar ook de grotere libellen vliegen er reeds rond. Regelmatig zie ik boven het vennetje de blauwe glazenmaker en de heidelibel zweven. Maar ook de vlinders vliegen er vrolijk rond en fladderen door het bos en langs de heiderand. De kleine vos, het bruine en het oranje zandoogje, de heivlinder en het koevinkje heb ik er allemaal al waargenomen! Ook de bloemen zie je geleidelijk aan    in het veld verschijnen. Het Sint-Janskruid, de tere roze bloemetjes van het Groot-kaasjeskruid, de vogelkers en de vlierstruik bloeien volop.

Veel vogelsoorten en wilde bijen zie je zich tegoed doen aan de bloesem en de bessen aan al deze struiken. Broedende houtduiven en broedende pimpelmeesjes, broedende boerenzwaluwen en broedende spechten, we komen ze allemaal tegen. In een holle buis, naast het hek van een wildraster in het bos, trof ik een legsel van zes pimpelmeesjes aan, die luid piepend om eten bedelden. Pa en ma pimpelmees doken om beurten de stalen holle buis in, om geduldig de hongerige keeltjes te vullen met rupsjes die ze uit de eikenboom, die pal naast het wildraster staat, vandaan plukten. Hoe konden ze zo’n broedplaats bedenken..? Wat is de schepping toch creatief..!

Op een vroege zondagochtend zag ik door de witte nevelsluiers heen, een reegeit door de hoge heidestruiken lopen, gevolgd door twee kalfjes. De eerste zonnestralen wierpen een teer licht over het dromerige vennetje heen, terwijl het drietal rustig graasde van het gras dat tussen de heidestruiken stond. Hoe mooi en vredig kan een zondagmorgen voor een herderin zijn, in het verstilde ontwakende veld..!

Met de schapen in het zomerveld.
Met de schapen in het zomerveld. Foto: Terdege (2017).

Het inspireerde mij tot het schrijven van het volgende gedicht:

Herderinnelied

Dit is Uw schepping Heer, dit is Uw werk,
Hier is ’t altijd zondag Heer, dit is Uw kerk
hier woont Uw vrede Heer, hoor ’k Uw muziek,
De merel zingt hier en de leeuwerikHier zweeftUw Geest oh Heer, hier woont U zelf,
De aard’ als voetbank Heer, de lucht ’t gewelf,
Hier vouw ’k mijn handen Heer, tot lof en dank,
Wees Gij de wijnstok Heer en ik de rankGij schiep de aarde Heer, al wat er was,
En is en komen zal, mens dier en gras,
’t Werk Uwer handen Heer, onzegbaar schoon,
Een paradijs oh Heer, waar ’k daags in woonDe schapen grazen hier, en dolen rond,
Mijn ziel is blij in U, daar ’k U hier vond,
Wees Gij mijn herder Heer, blijf ik Uw kind,
Tot ’k in Uw Paradijs de vrede vind.

Axel van de Weijer

Echte vrienden, die heel dicht bij je ziel komen, heb je maar weinig. Een daarvan, wellicht de dierbaarste, was Axel van der Weijer. (Christien op 10 juni 2021.)

Axel zwierf graag over de Veluwe. Daar vond hij rust; zijn jeugd was al niet altijd even gemakkelijk, terwijl hij toch een open en zachtaardig karakter had. Hij had interesse in alternatieve spiritualiteit, maar vond zijn rust en passie toch vooral in de natuur en bij natuurmensen. Zijn hobby was fotograferen. Hij maakte ook graag foto’s van schaapskuddes. Zo leerde hij Christien kennen. De dierbare foto’s van Christien met haar schapen bij de nevelflard “Blauwe kousen” werden door hem gemaakt. Helaas! hij werd niet oud. Veel van zijn foto’s zijn nog te vinden op zijn Facebook pagina en hij plaatste onder de naam “axelview” ook video’s op YouTube. Christien maakte een eerdicht voor hem. (Lees onder de foto verder.)

Axel van de Weijer met lam (foto Christien Mouw)
Axel van de Weijer met een lammetje in zijn armen op 1 maart 2014 (foto Christien Mouw).

Alex kwam regelmatig bij de kudde van Epe-Heerde, waar Christien op 29 mei 2021 nog hartelijk ontvangen werd door Lammert Niesing en Corné Brands (video forthcoming). Axel gaf aan dat zijn camera na zijn overlijden naar Christien moest gaan. Haar zoon trof de camera aan, Axel niet kennende… en maakte er de foto’s van Christien mee, die te zien zijn op de allereerste nevelflard op deze website, “De nevels van de overgang“. Hieronder staat een eerbetoon aan Axel, geschreven door Christien op 12 augustus 2015.

Opgedragen aan Axel van de Weijer

Dierbare Axel,

Jij was als een gletsjer
stromend water
zuiver en glinsterend
in de ochtendzon

vloeiend en sprankelend
de oever naderend
wijs en beschouwend
soms blij als een kind

bezield en kunstzinnig
betrad je de wereld
waar vogels en bomen
jou tegenkomen

een vlucht witte duiven
boven de heide
wenkten Axel
naar een Hoger Bestaan

en toen is onze Axel
moedig en vredig
vol overgave
de duiven achterna gegaan

je hebt deze aarde verlaten
en de schaapjes laten gaan,

maar boven in de hemel
loop jij aan de hand van de Herder
nu helemaal vooraan…!

——————————————

In liefdevolle herinnering,

Christien Mouw
12 aug 2015

Ontmoeting in de mist…

20 september 2014

Als een grijze deken hangt de mist boven de heidevelden als we vanmorgen in alle vroegte de heide betreden. Adembenemend stil is het er bovendien. Geen vogeltje hoor je zingen, geen takje kraken en geen blaadje ritselen. Zelfs de schapen lijken zich onwennig te voelen in dit grijs gesloten zwijgende landschap.

Een meewarig geblaat houdt de kudde bij elkaar, terwijl Puck onafgebroken om de kudde heen cirkelt. Hoe bevrijdend kan het zijn, als dan de zon ineens door de grijze deken heen weet te breken, en als een stralende ster staat te fonkelen aan het firmament. Terwijl ik met verwondering de rode lucht aanschouw die zich boven ons openbaart, hoor ik vanuit de verte voetstappen naderen. Het blijken drie oudere echtparen te zijn.

Als ze vlak voor mij stil blijven staan, neemt een oude aristocratisch uitziende heer met een sierlijke zwaai zijn hoed af, terwijl zijn linkerhand op een mooi bewerkte wandelstok leunt. Vervolgens kijkt hij me recht in de ogen aan, en vraagt: ‘Heb jij de schrijver Eelke de Jong ook gekend?’ Ik antwoord: ‘Jazeker, hij is ook nog een poosje schaapherder op Hoog-Buurloo geweest. Maar hij kon niet tegen de stilte. Dus dat ging niet!’

De oude man knikt. Een moment is het stil. Een ieder zwijgt en schijnt in gedachten verzonken te zijn. Dan herpakt de man zich. Resoluut zet hij een stap vooruit. En terwijl hij op elegante wijze zijn hoed weer op zijn hoofd plaatst, groet hij mij door te zeggen: ‘Ik vond het een bijzondere ontmoeting met u, mag ik u nog een fijne dag toewensen met uw schapen?’ Dan draait hij zich nog eenmaal om, en zegt: ‘Een ontmoeting te hebben met mensen, daar gaat het toch om in het leven..?!’

Een vogel heft een lied aan, een blaadje ritselt, een takje kraakt. De zon is doorgebroken, en dat niet door de mist alleen…!

schapen bij een doorbrekende zon
Schapen bij een doorbrekende zon. Foto: Christien Mouw (8 augustus 2014, ochtend).

Wuivend wollegras

Wie ooit het bloeiende wollegras is tegen gekomen tijdens een wandeltocht, zal met mij beamen dat de aanblik hiervan onovertroffen is. Wanneer de wind de tere stengels beroert en daarmee de ontelbare witte watten-bolletjes zachtjes in dezelfde richting doet wiegen en wuiven, dan waan je je in sprookjesland. Wie dezer dagen goed om zich heen kijkt, kan al zwervend over de Elspeter heidevelden her en der zomaar oog in oog komen te staan met dit opvallende, wit bloeiende plantje, dat vaak wordt aangetroffen rondom een vennetje.

Het wollegras, dat ook wel veenpluis wordt genoemd, komt voor op drassige, zure grond, zoals heide en veengrond, en op kapvlakten van berkenbroekbossen. Vroeger kwam veenpluis veel vaker voor in ons land. Het werd gebruikt als veevoeder en om kussens mee te vullen. In de oorlog werd het pluis gebruikt om wonden mee te bedekken. En in Noord-Amerika gebruikten de Indianen de wortels van het plantje als medicijn tegen diarree. Maar tegenwoordig staat de plant als kwetsbare soort op de Rode Lijst vermeld. De botanische naam Eriophorum is afgeleid uit het Grieks en betekent ‘woldragende plant’.

Graag trek ik met de wit gewolde kudde langs een van de vele vennetjes waarlangs het wit bloeiende wollegras groeit, en waarin je ook nesten van vogels kunt aantreffen. Naar verluid worden er in het Fochterloerveld zelfs regelmatig kraanvogelnesten in aangetroffen. Tevens is het Wollegras de waardplant van een zeldzame nachtvlinder met de toepasselijke naam: ‘Wollegrasuil’. Wie het wit bloeiende wollegras zelf wil aanschouwen, kan dit nog tot en met Juni doen.

Wuivend wollegras

Wollegras en Veenpluis lijken veel elkaar maar zijn verschillend. Veenpluis heeft meerdere pluimpjes per stengel en houdt van nattere omstandigheden. Wollegras heeft 1 pluim per stengel. (Aanvulling van Frans Benschop, 2 juni 2021)